Leven is pelgrimeren

Leven is pelgrimeren.

 Een van de oudste verhalen over pelgrimeren vinden we in het Oude Testament. 

“Ga, Ga uit je land, uit je familie, uit je vaderhuis, naar het land dat ik je wijzen zal.”

Zo lezen we dat Abraham op weg ging, geroepen door een stem, hij gaf gehoor aan een stem zonder zelf te weten wat zijn bestemming zou zijn.  Er was geen sprake van een uitgestippelde route met bepaalde dag-etappes.  Er was geen sprake van dat hij al wist in welke plaats hij terecht zou komen of waarheen zijn reis hem zou voeren.   Hoe zijn weg zou gaan dat werd pas gaandeweg duidelijk. Hij ging op reis, pelgrimeren, op bedevaart zonder zijn bestemming te weten.

 In de verhalen van de aartsvaders Abraham, Isaac en Jacob zien we dat het voor de mensen niet vanzelfsprekend was dat ze lang op één plaats bleven wonen.  Het waren reizigers, nomaden, pelgrims en vooraan in die stoet zien wij de gestalten van de aartsvaders en de aartsmoeders, de eerste pelgrims die hun levensreis hebben aangevangen. 

 In het oude Israël leefde men in de overtuiging dat je eigenlijk geen vaste verblijfplaats nodig hebt. Voor een oude Israëliet was het oppassen met zich op aarde een huis te bouwen, want voor je het weet ga je je ergens vestigen. Hoed je voor huizen en kastelen, pas op voor paleizen en Pyramides, want als je niet oppast, dan zit je weer gevangen. 

Een mens moet in beweging blijven, in vrijheid om te gaan en we zijn hier tenslotte te gast op deze aarde.  Wij zijn hier op doortocht, is de gedachte.  Wij zijn als pelgrims onderweg. 

 In deze tijd hebben wij een andere beleving.  Onze beleving is meer gericht op het verwerven van een vaste plek om te wonen. Zodra we daartoe in staat zijn verlaten we ons ouderlijk huis en we vestigen ons, we gaan op eigen benen staan.  We zoeken een eigen huis, een plek onder de zon, en het huis is voor ons niet alleen een plek om te wonen, het is voor ons vaak ook een statussymbool.  Juist het bezit van een eigen huis geeft ons veiligheid en vrijheid.

 Wij zouden er niet direct voor kiezen om ons huis achter ons te laten en op weg te gaan zonder te weten waarheen.  We zijn gehecht aan ons plekje, hebben een grote behoefte aan de veiligheid van het eigen territorium en bezit.  En als we dan een keer op weg gaan dan moet er van alles geregeld worden. 

Dan kiezen we van te voren onze bestemming, we kiezen hoe we gaan, met het vliegtuig, de auto, trein, bus, of boot en we plannen de dag van vertrek, we reserveren een plekje en pakken onze koffers. 

Volgeladen met koffers en tassen gaan we dan op weg.  Eigenlijk, als we konden, dan zouden we ons huis meenemen, toch?  Of in ieder geval ons eigen bed.

In onze reis ligt alles zoveel mogelijk vast, en om narigheid te voorkomen zorgen we ook nog dat we goed verzekerd op weg gaan.

We gaan niet zomaar op weg.  We laten ons niet leiden, maar bepalen zelf waarheen we gaan. 

 Aan de andere kant zien we ook een opmerkelijke toename van mensen die als pelgrim op weg gaan.  Maar de betekenis van het pelgrimeren vandaag de dag is dat je op weg gaat naar een vooraf bekende bestemming die een bijzondere betekenis heeft binnen religie en verbonden is met een heilige van een religie. Of het wordt juist gezien als een reis zonder religieuze achtergrond maar wel met een zinbeleving. Inspiratie, ontmoeting, het loslaten van de hectische wereld.

 Pelgrimeren, in de oerverhalen werd het al gedaan, we doen het nog steeds. Vroeger zonder te weten waarheen, vandaag de dag met onze TOMTOM of kaarten op zak, maar de vragen zijn het zelfde:

Waarheen, waartoe ?

Alice in Wonderland vroeg: Geachte poes,  zou u mij misschien kunnen zeggen welke kant ik uit moet gaan?
Dat hangt er nogal vanaf waar je heen wilt, zei de kat.
Het kan me niet schelen waar ik heen ga, zei Alice. Dan maakt het ook niet zoveel uit welke kant je uitgaat, sprak de kat.

  • Pelgrimeren, waar brengt de weg je?
  • Waar ben je geweest?
  • Wat heb je op dit punt bereikt?
  • Wat neem je mee van hier?
  • Wat laat je achter?

Op pelgrimsroutes worden vaak merkstenen neergelegd. Gedenkstenen.

Gedenkstenen, als teken van verhalen die plaatsgevonden hebben. Jacob richt vier maal een steen op. Steeds als slot van een bepaalde periode uit zijn leven. Zijn leven loopt bijna van steen tot steenoprichting. Abraham doet het zelfde. Hij legt een altaar aan bij de godseik van Moree.

Merkstenen.
Gelegd bij levensgebeurtenissen die zo belangrijk zijn, of om in stenentaal te spreken: zo gewichtig zijn,  dat ze niet vergeten mogen worden.
Ze werken bevrijdend, of staan symbool voor bevrijding, door het water heen, door een gevecht heen, een gewichtig moment, tijd om een steen op te richten als gedenkteken van wat er is gebeurt.

De vrijzinnigheid heeft ons de afgelopen 100 jaar iets gebracht, de vrijheid om te geloven, te twijfelen, te veranderen, te denken.
Markeren van je weg, het pad dat je gaat, de dingen die je hebt gedaan we kijken vanuit het nu terug in het verleden, en richten ons hoopvol op wat komen gaat.

De vrijzinnigheid staat volgens sommigen op een breekpunt, we vergrijzen, zelfs uw jonge voorganger is daar een voorbeeld van.
Het markeren van je pad  is van levensbelang om niet te verdwalen.
Weten waar je vandaan komt.
En voor hen die na jou komen een symbool, een teken van herkenning. 

Wat zijn onze markeringen?

Een Mexicaans gezegde luid: “Ze probeerden ons te begraven, maar ze wisten niet dat we zaden waren”

Dat is voor mij vrijzinnigheid, dat we onze bestemming nog steeds niet weten, maar dat we onderweg blijven, en dat door alle tegenslagen heen steeds blijkt dat we niet begraven zijn, maar dat we zaden hebben gezaaid.

En met alle zaken waar we nog voor staan, bleef ik ook haken aan de tekst van Dag Hammarskjöld, die als reflectie op zijn eigen levensreis schrijft:

"Tegen het verleden: dank, tegen het komende: ja!"